Euro-obligatie
Staatsobligatie die Europese landen samen uitgeven en waarvoor zij samen garant staan. Ook wel eurobond.
Bestaat al in embryonale vorm, want de Europese Commissie leent geld op de kapitaalmarkt. Zij heeft dat nodig voor haar bijdrage aan het euronoodfonds en voor leningen aan niet-eurolanden zoals Hongarije en Roemenië. De Commissie geniet de kredietstatus triple-A en leent dus tegen lage rente, maar door de beperkte omvang van de Europese begroting kan zij maximaal 110 miljard aan obligaties (bonds) uitgeven.
Stap verder
Het Europees Parlement wil graag een stap verder zetten: alle eurolanden zouden een deel van hun staatsschuld moeten gaan financieren met gezamenlijke euro-obligaties, waarvoor allen garant staan. Ook deze obligaties zouden profiteren van de hoogste rating en dus een lage rentelast meebrengen. Om te voorkomen dat landen hun schulden laten oplopen, moet er een grens worden gesteld aan het bedrag dat Europees geleend kan worden: maximaal zestig procent van het bruto binnenlands product bijvoorbeeld, de limiet voor staatsschuld uit het stabiliteitspact.
Omdat de zwakkere eurolanden een veel hogere rente betalen over de obligaties die zij uitgeven om het resterende deel van hun staatsschuld te financieren, krijgen zij een sterke stimulans om de staatsschuld te verminderen. Ook strikt toezicht door de Europese Commissie en een verhoogde rente voor eurozondaars kunnen ertoe bijdragen dat moral hazard – het risico dat het ene euroland z’n problemen afwentelt op de andere – wordt uitgebannen.




