Rapporteur
De aan het Europees Parlement voorgelegde wetsvoorstellen worden door de bevoegde parlementaire commissie toevertrouwd aan een van haar leden. Deze rapporteur maakt een rapport over het wetsvoorstel. Dat verslag omvat doorgaans een ontwerpresolutie met amendementen en een toelichting. Over de ontwerp-resolutie en de amendementen wordt gesproken en gestemd in de commissie, waarna het rapport op de agenda komt van de plenaire vergadering. Ook bij dat debat kunnen weer amendementen worden ingediend.
Getouwtrek
De toedeling van rapporteurschappen aan de commissieleden gaat met het nodige getouwtrek gepaard. De commissies hanteren een puntensysteem, dat de fracties in staat stelt te ‘bieden’ op rapporten. De grootste fracties hebben de meeste punten tot hun beschikking. Maar ook het politieke gewicht van de door de fracties beoogde rapporteur speelt een rol, alsmede de vraag of zijn of haar opvattingen aanvaardbaar zijn voor de meerderheid van het parlement.
Sommige rapporteurs laten het schrijven van een concept-rapport geheel over aan de ambtenaren van het commissiesecretariaat. De rapporteur die het werk zelf ter hand neemt, kan grote invloed uitoefenen op het standpunt van het parlement. Wordt het rapport echter door de parlementscommissie geamendeerd, dan moet de rapporteur in de plenaire vergadering de meerderheidsopvatting van de commissie weergeven, niet het eigen standpunt. Deze regel heeft tot gevolg dat rapporteurs een verslag soms ‘teruggeven’ als het ‘kapot geamendeerd’ is. In dat geval wordt de commissievoorzitter de nieuwe rapporteur.




